De beroemde Spaanse cellist Pablo Casals (1876-1973) schrijft in zijn autobiografie dat hij in 1895 ten allen prijze aan het Brusselse Conservatorium wou studeren. Hoewel van deze plannen weinig in huis kwam is het opmerkelijk dat de Brusselse celloklas een grote internationale uitstraling had.
Volgens biograaf Peter François is dit het resultaat van het werk en de artistieke nalatenschap van in hoofdzaak één man, namelijk Hallenaar François Servais. In zijn 'The Belgian School of Cello Playing' (2017) duidt hij Servais (1807-1866) aan als grondlegger van deze cello school, in tegenstelling tot bijvoorbeeld 'The Cambridge Companion to the Cello’ (1999), die de Franse cellist Nicolas Platel (1777-1835) naar voor schuift als stichter.
Servais bouwde, sinds hij in 1848 leraar werd aan hetzelfde Conservatorium, inderdaad een rijke artistieke en pedagogische carrière uit, maar niettemin is er vandaag nauwelijks prakijkgericht onderzoek naar die halve eeuw tussen de opkomst van Servais en de aantrekkingskracht van het Brusselse Conservatorium als cello-hotspot.
Indien een school kan gedefinieerd worden aan de hand van een aantal duidelijke parameters, welke zijn dan deze van de Belgische celloschool?
De ‘École de Basse’ waarvan hierboven sprake kan worden geïnterpreteerd als een stamboom van opeenvolgende studenten die ook leraar werden aan hetzelfde instituut en op die manier de aantrekkingskracht van de school vergrootten. Hun studenten werden over het algemeen uiterst bedreven en veelzijdige cellisten-componisten, mannen zowel als vrouwen, die echter ondanks hun geweldige succes quasi allen in de vergetelheid terecht zijn gekomen en wiens muziek tenzij voor pedagogische doeleinden nauwelijks nog wordt uitgevoerd.
Bestaat er ook een aanwijsbare inhoudelijk-artistieke school, en leeft ze verder tot op vandaag? Indien wel, in hoeverre is ze dan nog relevant?
Hoe relateert Servais’ oeuvre zich tot de context van zijn en onze tijd en kunnen we de vinger leggen op de specifieke artistieke kenmerken van de Brusselse cellisten, en indien ja, in hoeverre werkten die door tot vandaag de dag?
Door te vertrekken vanuit zowel historisch bronnenmateriaal als vanuit het paradigma van de Brusselse celloklas, kunnen via uitgesproken artistieke methodes nieuwe concertformules, publicaties, educatieve en organologische inzichten, projecten en muziektheatervoorstellingen ontstaan.
Foto: Carmen De Vos


