Hoe vanuit de speelpraktijk het kapitaal aan contrabastuba’s wetenschappelijk vorm te geven. Een diepteonderzoek.

Jens Demey
Promotoren: Kurt Bertels, Jeroen Billiet

Het doctoraatsonderzoek van Jens Demey beoogt via een cultuurhistorische context en een organologische studie een geïnformeerde artistieke praktijk te ontwikkelen voor contrabastuba’s van 1845 (zijn uitvinding) tot vandaag. De contrabastuba is met zijn ca. 6 meter buislengte het grootste koperblaasinstrument en daarmee het fundament van het orkestapparaat. Zijn bouwvorm veranderde sterk door de geschiedenis heen, terwijl lokale bouwtradities overeind bleven. Dit leidde tot een enorme veelheid in instrumententypes (i.e. contrabastubavariëteiten) die deze studie voor de eerste keer vanuit de artistieke praktijk bestudeert.

Dit onderzoek bestaat uit vijf stappen.
In een eerste stap worden de contrabastubavariëteiten van instrumentenbouwers uit Parijs, Wenen en Berlijn in kaart gebracht. In een tweede stap worden aan de hand van praktijkgebaseerde methoden de speelkenmerken van die instrumenten vergeleken en nadien getoetst bij andere contrabastubaspelers. In een derde stap worden aan de hand van drie akoestische en elektrotechnische meettechnieken (impedantiesoftware, geluidsanalyses en boringsverloopberekeningen) de instrumenten opgemeten, waarna die resultaten in verband worden gebracht met de artistieke experimenten uit de tweede stap. De vierde stap behelst het onderbrengen van contrabastuba’s in categorieën, om ze erna doelgericht in te zetten in de concertpraktijk. In een laatste stap vinden er onderzoeksgebaseerde opnames plaats om de resultaten te delen met een onderzoeksgemeenschap. Zo zal dit onderzoek naast de uitbouw van een geïnformeerde uitvoeringspraktijk ook leiden tot een beter cultuurhistorisch begrip van de contrabastuba en de ontwikkeling van innoverende technieken in de organologie, die vertaald zullen worden in de hedendaagse instrumentenbouw.