Dit onderzoek verkent de kracht van thauma automata: mechanische poppen, robots en kinetische sculpturen die als tot leven gebrachte levenloze dingen, mensen kunnen ontroeren, ontwapenen en in beweging brengen. Vanuit een persoonlijke en collectief gedeelde zoektocht naar troost onderzocht ik of automata kunnen functioneren als therapeutische en activistischetools: als ont-roerders, gemeenschapbinders, debatmagneten en bondgenoten.
In een tiental artistieke projecten vertrok ik telkens vanuit archaïsche en hedendaagse zondebokmythes en -rituelen. Geïnspireerd door René Girards zondeboktheorie, herspeelde ik deze in de publieke ruimte, met mensen uit verschillende gemeenschappen, vanuit het perspectief van de zondebok, die werd opgevoerd als automaton. De centrale vraag luidde of automata ons tegelijk kunnen betoveren en onttoveren: kunnen ze troosten, helen en verbinden, maar ons tegelijk confronteren met onze verantwoordelijkheid voor het geweld datde zondebok wordt aangedaan? Gaandeweg verschoof mijn onderzoek. De strikte zoektocht naar zondebokmechanismen maakte plaats voor een breder onderzoek naar schuld, verantwoordelijkheid en de rol van nietmenselijke entiteiten in sociale, ecologische en politieke conflicten. Met Jane Bennett, Bruno Latour en Graham Harman als theoretische gidsen onderzocht ik hoe nietmensen - bruggen, luidsprekers, ferryboten, ruimteafval, wolhandkrabben, enzovoort, niet louter passieve objecten zijn, maar deel uitmaken van complexe netwerken waarin mensen en niet-mensen elkaar bespelen, beïnvloeden en mee verantwoordelijk maken.
Automata bleken concrete lichamen te kunnen geven aan deze abstracte, mondeloze entiteiten. Hun hybride samengesteldheid, als assemblages van materialen, spelers, handelingen en associaties, maakt de gelaagdheid zichtbaar van datgene waarnaar ze verwijzen. De ambitie om rituelen te construeren werd in de loop van het onderzoek kritischer bevraagd. Byung-Chul Hans denken over rituelen waarschuwde mij voor de leegheid van artistiek bekokstoofde rituelen en voor het gemak waarmee gemeenschap, troost en verbinding als maakbare producten worden voorgesteld. Toch ontstond er, precies in het artificiële samenspel met de automata, iets dat door participanten als verbindend, en soms therapeutisch werd benoemd. Niet het geconstrueerde ritueel zelf, maar het collectieve maakproces rond de automata bleek transformerende kracht te hebben.

