Ik wil bewijzen dat leven met Shakespeare, in casu met Macbeth, grenst aan de waanzin.
Men kan die neiging tot waanzin bij Shakespeare als een object voor wetenschappelijk onderzoek
benaderen: dat wil ik niet doen. Ik wil met artistieke middelen Bloetwollefduivel (BWD) – en de waanzin die Shakespeare veroorzaakt – onderzoeken.
De onvoorspelbare conclusies zullen iets vertellen en iets tonen over Shakespeare, over bloed (Bloet), over waanzin over mijzelf en ons allemaal.
Het resultaat van het onderzoek zal een kunstwerk zijn
In een eerste deel maak ik een (innerlijke en innige) beschrijving van alles wat het stuk omgeeft. Ik heb ervoor gekozen om dit gedeelte te schrijven in mijn eigen idioom het ‘Jan’. Het wordt ergens ‘kindlijk’ genoemd, maar zelf vind ik dat het veeleer aanleunt bij het mystieke werk van Ruusbroec en Hadewych.
Het tweede deel is Bloetwollefduivel, de naakte tekst.
In het derde deel wordt, regel per regel, de tekst van Bloetwollefduivel gedissecteerd en becommentarieerd, van binnen en van buiten.
Het vierde deel geeft een overzicht van de momenten waarop Macbeth opduikt in mijn werk:
- Samain (een deel van de theatertekst Kosmika uit 1969)
- Mijn thesis voor het RITCS ‘De Tragedie Macbeth’1972.
- In 1987 Macbeth Party, met fragmenten uit Macbeth als berichtjes aan de wanden.
- Body a.k.a. in 2019, waarin ik zocht naar pure bewegingspoëzie, om daarmee the horror te bezweren en om te zetten in een extatische roes.
Het laatste deel wordt een performance, wild en onvoorspelbaar.
Shakespeare ís Macbeth. Wie alles haat in de tradities die de rauwheid van Shakespeare’s oeuvre
verduisterd of versuikerd hebben, die vindt in Macbeth het ultieme motief voor zijn wraak op het
theater.
Foto: Stephan Vanfleteren

